Gemeente De Panne

Villa Le Chalutier

Le Chalutier

De opdrachtgever

De zomerresidentie met atelier Le Chalutier uit 1927 behoorde oorspronkelijk toe aan kunstenaar Louis Van den Eynde en zijn echtgenote Jeanne Catherine Deweerdt. Volgens het bevolkingsregister hebben de kunstenaar en zijn vrouw het huis enkel gebruikt als zomerverblijf en atelier. Zij waren officieel in de Emile Carpentierstraat te Anderlecht gedomicilieerd.

Louis Van den Eynde (Anderlecht, 1881-1966) studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Brussel, onder leiding van Constant Montald, Louis Titz en Juliaan Dillens. Vòòr de Eerste Wereldoorlog gaf hij les aan de nieuwe Academie te Anderlecht. Hij nam tussen 1926 en 1955 praktisch onafgebroken - èn niet zonder succes overigens - deel aan het Salon van Parijs. Louis Van den Eynde was tekenaar, etser en ontwerper van smeedwerk, graffitoschilderingen en affiches. Hij was eveneens een zeer getalenteerd schilder van portretten, naakten, landschappen, marines, stadsgezichten, huiselijke taferelen en (bloem)stillevens.

Bij het overlijden van haar vader in 1966 kreeg Germaine Van den Eynde, dochter van de kunstenaar, de kustvilla in haar bezit. De nalatenschap kwam, na haar dood in 1991, in handen van haar echtgenoot Georges Goossens. In 1997 schonk Georges Goossens-Van den Eynde het artistieke nalatenschap van zijn schoonvader, waaronder deze woning, aan de gemeente De Panne

De architecten

Alle plannen zijn ondertekend met ‘architecte Remy-Dumont’. Het gaat hier wellicht om Myriam Dumont die samen met haar man Gustave Remy het werk van Albert en Alexis Dumont heeft verder gezet. Van hun hand zijn ook de ontwerpen van onder andere villa Razely en villa Hurle Vent in de Witteberglaan en hotel des Princes in de Nieuwpoortlaan. Het geheel en in het bijzonder het interieur van villa Le Chalutier, vormt in ieder geval het resultaat van een nauwe samenwerking tussen architect(en) en kunstenaar.

Het exterieur

De villa is opgetrokken in een regionaal-traditionalistische baksteenarchitectuur met verwijzingen naar een versoberde cottagestijl, die algemeen kenmerkend is voor de stilistische vormgeving van de vakantiehuizen gebouwd in de Dumontwijk tussen 1890 en 1930. De villa staat ingeplant in de richting van het perceel, dwars op de straat. Hij is omgeven door een vrij kleine tuin, met voor en achter de woning een beperkte tuinruimte. Het gebouw bestaat uit twee langwerpige volumes onder zadeldaken die aan de zuidkant loodrecht in elkaar schuiven. Het noordelijke gedeelte, met de nok dwars op de straat, is iets lager, maar langer dan het zuidelijke volume en heeft een vooruitspringende portiekgevel aan de rechter zijde. Dit gedeelte is aangepast aan de functie van zomeratelier. Aan de oost- en de westzijde van het centrale zadeldak zijn de pannen weggelaten voor grote stroken glas gevat in metaal voor het opvangen van het zenitaal licht.

Het interieur

Het grootste gedeelte van de benedenverdieping wordt beheerst door het achthoekige atelier van de schilder. Het ruime atelier, voorzien van een groot centraal plafondraam, is volledig ingericht om aan de noden van de kunstenaar te voldoen. Kamerlijsten bevinden zich op deurhoogte en ter hoogte van de dakhelling, en laten voldoende muuroppervlakte vrij voor het exposeren en ophangen van schilderijen. Direct invallend licht wordt vermeden door kleine ramen in de oost- en westkant.

De atelierruimte wordt voorafgegaan door een vestibule, met links en rechts twee kleine vertrekken. De zuidwestelijke ruimte is een traphal uitgevend op de eerste verdieping met een slaapkamer en kabinet. De tweede helft van de benedenverdieping is hoger gelegen en is in zes ruimten verdeeld.

Vanuit het atelier verleent een grote glazen deur aan de zuidkant via drie treden toegang tot de eetkamer. In het zuiden verleent een korte en smalle gang toegang tot de zuidoostelijk en zuidwestelijk gelegen slaapkamer waartussen een kleine toiletruimte is gesitueerd. De traphal naast de keuken leidt naar de eerste verdieping met een overloop, twee slaapkamers, een toilet en twee zoldervertrekken.

Bijna alle vaste interieurelementen zijn nog in hun originele toestand aanwezig. De keukenelementen, cementtegelvloeren, houten vloeren, deuren, ramen, plinten, ingebouwde kasten, pleisterwerken en behangsels en het door de kunstenaar ontworpen nagelvast en vlottend meubilair, evenals de per kamer ontworpen lusterkappen met koorden en de wastafels in elke slaapkamer.

Het schrijnwerk van deuren, ramen en omlijstingen zijn in het hele gebouw gelijkvormig en enkel in kleurgebruik aangepast aan de kamer waarin het zich bevindt.

Van de afwerking zijn in hoofdzaak twee decoratiefasen naast elkaar blijven bestaan. Er is een decoratieprogramma in heel het huis terug te vinden uit 1927-1930 waarin blokdruk behangselpapier, blauw schilderwerk op meubilair en schrijnwerk en de geschilderde vloerversiering op elkaar zijn afgestemd. Daarnaast vertonen enkele kamers een nieuwe decoratiefase met Bauhaus behangselpapier uit de jaren 1940 met bijpassende groengrijze beschildering en in sommige vertrekken een balatum vloerbekleding.

De tuin

De tuin is volledig omringd met een geschoren ligusterhaag. Recenter werd een begeleidende taxushaag langs de inkompartij teruggezet. De tuinruimte is volledig beplant met heesters, vaste planten en rozen. In de voortuin werd een scheepsmast ingeplant als aandachtspunt. Hazelaar, hulst en jeneverbes vormen er de massieven.

De achtertuin bestaat uit een klein halfrond terras in betondallen langs de zuidgevel van de woning. Een beperkt rotstuintje boordt het terras af en legt het hoogteverschil vast met de dieperliggende rondwandeling langs de haag achter de tuin. Het struikmassief wordt ingevuld met aucuba, cotoneaster en jeneverbes.

Ter hoogte van de achtergevel langs beide zijden van de woning begeleiden betonnen boomstammetjes de twee doorgangen tot de achtertuin. Ze bieden steun aan klimop en klimrozen, en accentueren de beslotenheid en de privacy van de achtertuin. De zijgevels van de villa zijn grotendeels beplant met klimrozen. Cotoneaster en schoenlapperplant vullen de ruimtes tussen de paden en de villa.

Naast de aangeplante phlox en iris, komen verspreid een aantal planten voor die de tuin een verwilderde of romantische indruk geven. Bij deze planten behoort maagdenpalm, teunisbloem, muurbloem, heggenrank,stokroos, aardpeer en stinkende gouwe. Ook lelietje van dalen, boshyacint en narcis zijn in het voorjaar van de partij.

Het gebouw is momenteel in restauratie en krijgt in de toekomst een museale functie.

Contact

Cultuur

adres

Zeelaan 21
8660 De Panne

 

tel.
058-42 97 53
e-mail
cultuur@depanne.be
vcard
Digitaal visitekaartje

Openingstijden

Van maandag tot en met vrijdag van 09.00u tot 12.00u.

De dienst is gesloten op volgende dagen:

1 januari 2019
2 januari 2019: gesloten
21 april 2019
22 april 2019
1 mei 2019
30 mei 2019
9 juni 2019
10 juni 2019
11 juli 2019
21 juli 2019
15 augustus 2019
1 november 2019
2 november 2019
11 november 2019
15 november 2019
25 december 2019
26 december 2019