Gemeente De Panne

Onze-Lieve-Vrouwekerk

Onze-Lieve-Vrouwekerk

Historiek
Een koninklijk besluit van 25 november 1926 richtte de Onze-Lieve-Vrouwparochie op. Een kerk aan de Zeelaan was noodzakelijk geworden omwille van de gestadige groei van de toeristische activiteit na de Eerste Wereldoorlog. De bestaande Sint-Pieterskerk en de kapel van de Paters Oblaten lagen te ver van het nieuwe centrum van de badplaats. Vandaar de oprichting van een parochie “aan zee”.
Sinds 1922 deed tijdens de zomermaanden een kleine houten kapel die door een protestantse Engelse dame gebouwd was ter nagedachtenis aan haar zoon die in de oorlog gesneuveld was, dienst als noodkerk. Deze Sint-Jozefskapel lag aan de huidige Meeuwenlaan ter hoogte van café “In de klokke”.
E.H. Alfons De Ridder werd op 11 maart 1927 als eerste pastoor van de Onze-Lieve-Vrouwparochie aangesteld. Zijn eerste opdracht alhier was de bouw van de "Marktschool” met een voorlopige kapel. De Brugse architecten Jozef en Luc Viérin stonden samen met aannemer Georges Demolder uit De Panne in voor de bouw van de pastorie (1929) en de Onze-Lieve-Vrouwekerk met crypte (1931-32).
Onder pastoor Charles Bondue werd in september 1937 de kerk door Mgr. Lamiroy geconsacreerd. Pastoor Frans Van Ryckegem werkte een door pastoor René Desmet gedane belofte uit, namelijk ter ere van Onze-Lieve-Vrouw een monument op te richten. Dat geschiedde door de crypte aan Onze-Lieve-Vrouw van Fatima toe te wijden (1947).

Architectuur
De Onze-Lieve-Vrouwekerk werd in neoromaanse stijl gebouwd. Kenmerkend voor deze stijl waren de stoere toren, de robuuste muren en steunberen, de basilicale opstand (een middenbeuk en twee zijbeuken) en de massieve pijlers en rondbogen. Hier ging landelijke eenvoud samen met artistieke fijngevoeligheid, en praktische geschiktheid met esthetische voornaamheid. Zo werd aan de moderne eisen voldaan zonder dat wat de traditie als bruikbaar bood te verwerpen. De Onze-Lieve-Vrouwekerk van De Panne was één van de voorlopers van de typische kustkerken met progressieve en monumentale vormentaal uit de jaren 1950-1960.

Interieur
Het interieur maakt een sobere, stemmige indruk. In een maatschappij waar koning Tijd regeert, schept deze kerkruimte een sfeer die het banale, het vluchtige, het vergankelijke overstijgt. De Onze-Lieve-Vrouwekerk geeft uitdrukking aan de hogere aspiraties van de menselijke ziel, de universele drang naar het sacrale, het tijdloze.
Bij het binnenkomen wordt de aandacht onmiddellijk getrokken door het hangende kruis en de vier marmeren altaren. Het hoofdaltaar uit Marokkaanse onyxsteen, het Onze-Lieve-Vrouwealtaar uit dageraadsrozenmarmer en het Heilig Hartaltaar uit alpengroen marmer, zijn van de kunstschool van Maredsous. Het witmarmeren altaar uit Carrara is van de hand van kunstenares Monique Mol en stelt de meeuw voor die de Blijde Boodschap verkondigt. Het beeld “de profeet” achteraan de kerk is eveneens van haar hand. Rechts van het hoofdaltaar bevindt zich het Laatste Avondmaal van May Claerhout. Kopergravure met de voorstelling van Christus, duif, Petrus en Paulus op het kruis, de predikstoel en het deksel van de doopvont.
De Brugse beeldhouwer Michel Poppe maakte het Heilig Hartbeeld (boven het Heilig Hartaltaar) en de zittende Madonna (boven het Onze-Lieve-Vrouwealtaar). De schildering van de koepel boven het hoofdaltaar (Maria ten hemel opgenomen) en de tekening van het brandvenster boven het Heilig Hartaltaar (de goede herder) zijn van de hand van kunstschilder H. de Falloise uit Luik.
De fijngetekende kruisweg, evenals het mozaïek achteraan rechts, dat de biddende Sint-Antonius voorstelt en het brandvenster in de doopkapel (het doopsel van Christus) werden vervaardigd door de Franse kunstenares Valentine Reyre.
Het hoogkoor bevat drie schilderijen van de Oostendse kunstenaar Bob Van de Weyer. In het kruisschip bevinden zich tien schilderijen van zijn leerlinge Marie-Louise Cools.

Meer info

situering: Zeelaan 129