Gemeente De Panne

2. Enkele blikvangers uit Nieuw-Guinea

Een van de markantste geografische kenmerken van Nieuw-Guinea is een bijzonder grote inham in het noordwesten: de Geelvinkbaai, gelegen in de ‘nek’ van de ‘Vogelkop’. Het centrale element in hun religie is het geloof in een oppergod Manseren Nanggi, die het lot van de wereld en de mens in zijn hand heeft. De voorouderverering staat eveneens centraal in het leven van de mensen van de Geelvinkbaai. Het korwar-beeld, de meest karakteristieke kunstvorm van het Geelvinkbaai-gebied, vormt de tastbare uitdrukking van die verering. Korwars worden gemaakt om het contact met de doden te onderhouden en een ingang te verschaffen tot het rijk der zielen.

Het Sepik-gebied is genoemd naar de Sepik-rivier, de grootste rivier in noordoostelijk Nieuw-Guinea. Dit gebied is wereldberoemd vanwege zijn rijke en veelzijdige kunstproductie. De kunst van het Sepik-gebied kan onderverdeeld worden in een tiental globale stijlgebieden waar veel substijlgebieden aan toe te voegen zijn. De kunst van het Sepik-gebied zoals zij tot uitdrukking komt in beelden, maskers en ander houtsnijwerk, schilderingen en aardewerk heeft een allesomvattende betekenis. Sepik-kunst heeft te maken met de oorsprong van het leven, de bijzondere band tussen mens en natuur en tussen mens en bovennatuur, de scheiding tussen leven en dood en het opheffen van die scheiding, contact met voorouders, mythische clanstichters en geesten, de grondslagen van de sociale organisatie, oorlog en vrede, geboorte, initiatie, huwelijk en dood. Ophanghaken dienen om gereedschap en levensmiddelen te vrijwaren van vochtigheid en ongedierte. In de woningen worden meestal eenvoudige, weinig versierde haken gebruikt. In de mannenhuizen daarentegen worden ze ingewikkelder van vorm en versiering. Ze zijn meestal ankervormig met een volplastische figuur als schacht of bekroond met een antropomorfe kop.

Mannenhuizen verenigen veel functies: vergaderruimte, kerk, gerechtshof, kunstatelier, theater, school, conservatorium, universiteit en kazerne. In deze mannenhuizen wordt het onzienlijke zichtbaar gemaakt, het bovennatuurlijke voel- en tastbaar aanwezig gemaakt. Ook wordt in het mannenhuis uitdrukking gegeven aan de relatie tussen de seksen. Debatzetels behoren tot de meest sacrale en zeldzame voorwerpen van de Iatmul (Midden-Sepik-gebied), zo sacraal dat ze niet het eigendom zijn van individuen maar van hele clans en soms het middelpunt vormen van een heel dorp. In elk mannenhuis staat er slechts één opgesteld, en wel op de belangrijkste plaats: in het midden van de ruimte op de begane grond, naast de hoofdpaal. De debatzetel is de belichaming van de belangrijkste vooroudergeest van de dorpsgemeenschap, waarvan het mannenhuis het centrum vormt. Bij sommige rituele gelegenheden kan de geest opgeroepen worden om tijdelijk zijn verblijfplaats te nemen in de zetel.

Zowel schedels van gesnelde vijanden als van eigen overledenen worden gemodelleerd door ze met een laag klei, gemengd met gebrande kalk en olie uit de bast van een boom te bedekken. De gelaatsbeschildering komt overeen met die van mannen en vrouwen bij ceremoniële gelegenheden. Daardoor identificeren zij zich met mythische wezens of voorouders. Bovenop de schedel wordt haar van de overledene, ingesmeerd met roet en boomsap, bevestigd. De ogen worden ingelegd met kauri-, conus- of parelmoerschelp. Slechts enkele stammen die vandaag nog sterk afgezonderd leven bezitten een eigen stijl. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de Abelam van het Maprik-gebied. De voorgevels van hun mannenhuizen worden volledig beschilderd. De belangrijkste motieven zijn de mens, de vogel en slang, de zon en de sterren. De aangezichten krijgen een snavelvormige neus of een lange slurfneus. De ogen worden zeer gevarieerd voorgesteld: als stippen, grote cirkels, ovalen of kleine spleetogen.

Op het oostelijk punt van en op de talrijke eilanden grenzend aan Nieuw-Guinea, samen het Massim of Trobriand-gebied genoemd, leeft een Melanesische bevolkingsgroep. Deze mensen munten uit in het maken van sierlijke gebruiksvoorwerpen. Meestal zijn deze zwart gepatineerd en wordt kalk gebruikt om de dominerende curvilineaire siermotieven te accentueren.
De Trobrianders zijn betelverbruikers. Dit genotmiddel heeft stimulerende eigenschappen: het vermindert het gevoel van honger, maakt de gebruiker welgezind en verhoogt zijn werkcapaciteit. In een mortiertje wordt de noot geplet en met de spatels wordt de kalk in de mond gebracht. Een spatel heeft een greep met de voorstelling van een menselijke figuur, in knie-ellebooghouding, andere zijn versierd met een gestileerde voorstelling van onder meer vogelkoppen en slangen. De S-motieven die de wand van een mortier bedekken, stellen gestileerde vogelkoppen voor.

De Masawa-boten zijn bijzonder mooi versierd met ingestoken borden, die dwars of langs geplaatst zijn op voor- en achtersteven. Deze boeg- en achterstevenversieringen zijn mooi opengewerkt en behoren tot een van de fijnste kunstwerken. De Masawa-versieringen vertonen dikwijls een uiterst gestiliseerde fregatvogel die meestal gecombineerd wordt met slangen en vele gebogen lijnen die een ritmisch verloop kennen. De ritmische aaneenschakeling van motieven en lijnen zorgt voor harmonische gehelen.

De kunst van de Papoea-golf in het zuiden is in essentie een kunst van lijn en kleur. Steeds merken we, zowel in religieus als profaan werk, dat er meer zorg besteed wordt aan het vullen van het oppervlak met de tekening dan aan de vormgeving. Het gestiliseerde menselijk aangezicht, dat als centraal motief tussen de lijnentekening ontstaat, domineert het werk. De tekening rond het aangezicht wordt opgevuld met tandlijsten, concentrische cirkels, chevrons, cirkelsegmenten en spiralen, meestal in vlak reliëf gesneden en soms ook ingegroefd. Zelden treffen we de menselijke figuur in zijn geheel aan, dan nog wordt ze steeds in vlakken uitgewerkt.

Ovale houten panelen met snijwerk en polychrome versiering met nadruk op het menselijk gelaat. In het Oosten worden ze Kwoi geheten en bevatten ze een bovennatuurlijke geest. In het Westen heten ze Gope en worden ze geassocieerd met machtige geesten van overledenen, ze dienen als bescherming tegen de geesten van gesnelde vijanden.
Het woongebied van de Asmat in zuidwestelijk Nieuw-Guinea (Irian Jaya), is doorsneden door talloze kronkelende rivieren en riviertjes. De waterwegen vormen hier de enige verkeersaders. Alle vervoer geschiedt dan ook per boomstamkano. De Asmat waren tot voor kort gevreesde koppensnellers en kannibalen. Dat was niet omdat zij zo graag mensenvlees aten. Koppensnellen was een sacrale plicht, die het voortbestaan van de kosmos verzekerde. De schepper van al wat bestaat, van hemel en aarde, van mens en dier, was de Grote Oerkoppensneller, hij, die door te doden leven schiep. De dood heeft dus voor de Asmat een bijzondere betekenis. Zonder dood geen leven.
Naast de gewone woonhuizen worden in een dorp een of meerdere grote centrale huizen aangetroffen, mannenhuizen of yeu genaamd. Een mannenhuis is een indrukwekkend gebouw, soms wel 50 meter lang, en 8 tot 10 meter breed. Het belangrijkste is dat hier alle plechtigheden plaatsvinden. Hier worden tevens de rituele voorwerpen zoals trommen en maskers bewaard. Het mannenhuis fungeert ook als een soort school waar de jongens een leerperiode doormaken om de kennis te verwerven die een volwassen man over zijn eigen cultuur bezitten moet, wil hij zich daarin kunnen handhaven. Het mannenhuis is bij uitstek de plaats waar de werelden van de levenden en de doden elkaar ontmoeten en het contact tussen beide werelden in stand wordt gehouden. Ten behoeve van dit ceremoniële leven heeft zich, in samenhang met de grondthema’s van de Asmat-cultuur - het koppensnellen en de voorouderverering - een houtsnijkunst ontwikkeld die getuigt van een bijzonder beeldend vermogen.
Beelden hebben te maken met de relatie tussen leven en dood. Ter herinnering aan dierbare overleden verwanten maken de Asmat houten beelden die ze in het mannenhuis opstellen in het kader van het dodenritueel. Veel beelden zijn gesneden in de knie-ellebooghouding. Dat is de houding waarin geboren en begraven wordt.
Schilden worden gesneden uit de plankwortels van de mangroveboom en hebben een reliëfversiering. In het algemeen hadden de motieven vroeger als doel de vijand schrik aan te jagen en hem ervan te overtuigen dat de drager van het schild over bovennatuurlijke kracht en steun van de voorouders beschikte. Van zijn kant voelde de drager zich door deze motieven gesterkt om dapper de strijd in te gaan.
Prauwen zijn voor de Asmat een onmisbaar vervoermiddel. Naast exemplaren voor visvangst en transport, kennen de Asmat ook ceremoniële prauwen. Opvallend aan de ceremoniële prauwen zijn de mooi uitgesneden voorstevens die gemaakt zijn door specialisten. Daarin zijn menselijke figuren uitgesneden die de voorouders van de eigenaar van de prauw voorstellen. De in de voorstevens uitgesneden dieren, zoals de jaarvogel of de bidsprinkhaan, zijn koppensnellerssymbolen.
De greep van trommen is eveneens versierd met koppensnellerssymbolen. Trommen worden gebruikt voor de begeleiding van rituele liederen, waarbij vaak aparte groepen van mannen en vrouwen een dans uitvoeren. Het geluid van de trommen wordt met de stemmen van de voorouders geassocieerd.

Contact

Cultuur

adres

Zeelaan 21
8660 De Panne

 

tel.
058-42 97 53
e-mail
cultuur@depanne.be
vcard
Digitaal visitekaartje

Openingstijden

Van maandag tot en met vrijdag van 09.00u tot 12.00u.

De dienst is gesloten op volgende dagen:

1 januari 2019
2 januari 2019: gesloten
21 april 2019
22 april 2019
1 mei 2019
30 mei 2019
9 juni 2019
10 juni 2019
11 juli 2019
21 juli 2019
15 augustus 2019
1 november 2019
2 november 2019
11 november 2019
15 november 2019
25 december 2019
26 december 2019