Gemeente De Panne

Kom voorbereid!

In de eerste jaren van hun leven, zetten kinderen belangrijke stappen als basis voor hun verdere ontwikkeling. Een theaterbezoek is hier een treffend voorbeeld van. Zo is er bij kinderen enerzijds de noodzaak van een vertrouwde omgeving, maar anderzijds is er ook die aangeboren nieuwsgierigheid. Gezien deze tegenstrijdigheid kunnen we kinderen best voorbereiden op het naar het theater gaan. Zo wordt dit een leuke eerste ervaring.

Bedoeling is niet om allemaal braaf te gehoorzamen, wel veel meer om de gezamenlijke concentratie tijdens de voorstelling. Om er met z’n allen van te genieten.

Hieronder lees je alvast enkele tips voor een geslaagd theaterbezoek.

 

Voor de voorstelling

Een inleidend gesprekje bereidt de kinderen voor op wat ze te zien krijgen. Zo kijken ze gerichter en kunnen ze het verhaal goed volgen. Bovendien maak je de kinderen nieuwsgierig naar de voorstelling. Een goede voorbereiding geeft een meerwaarde aan de voorstelling. Ze maakt van de voorstelling geen losstaand gebeuren binnen het onderwijs. Zelfs als er bij een voorstelling geen lesmateriaal voorhanden is, dan kan een gesprekje over naar het theater gaan erg nuttig zijn. 

Suggesties bij de voorbereiding 

-  Gebruik zeker de lesmap, als die beschikbaar is bij de voorstelling waarnaar je komt kijken.
-  Vertel de leerlingen op tijd dat ze naar het theater gaan. Theater is eigenlijk het vertellen van verhalen en met z’n allen kijken en luisteren naar zo’n verhaal.
-  Toon iets visueel over de voorstelling vb. foto, affiche, strooifolder… Vraag aan de kinderen wat dat beeld bij hen oproept. Misschien vertelt het al wat meer over de voorstelling? Schrijf hun antwoorden op. Deze aantekeningen gebruikt u zeker ook bij de naverwerking.
-  Vertel kort de inhoud van de voorstelling.
-  De onderwerpen die in de voorstelling aan bod komen, zijn gekend en kunnen kinderen vertalen naar eigen ervaringen.
-  Bij taalarme kinderen is het zeker een aanrader om vooraf rond de onderwerpen te werken.
-  Stel de personages voor.
-  Meld kinderen het genre voorstelling waar ze gaan naar kijken vb. theater, dans, muziek…
-  Probeer een indruk te geven over de sfeer van de voorstelling en de sfeer in het theater.
-  Vertel aan de kinderen, vooral aan kleuters, dat theater verschillend is van een poppenkastgebeuren. Er is sowieso een afstand tussen de acteurs en het publiek. De kinderen kunnen niet met hen praten. Ze hebben dus geen invloed op het verhaal. Maak kinderen duidelijk dat ze geen antwoord krijgen van de acteurs op hun reacties. Het heeft dus geen zin om tijdens de voorstelling vragen te stellen.
-  Haal eens de theaterkoffer of het theaterspel in de klas.

 Vraagjes om u op weg te helpen bij een voorbereidend gesprek…

-  Wie is er al eerder naar theater geweest?
-  De manier waarop je naar theater kijkt, is anders dan de manier waarop je naar televisie kijkt. Wie geeft een aantal verschilpunten aan?

  • Je bent er met meerdere mensen samen.
  • Je zit rustig naast elkaar.
  • Je kan niet zitten kwebbelen.
  • Beeldversnellingen en close-ups zijn in theater onmogelijk.
  • Zappen is bij theater onmogelijk. Als je stukjes saai vindt, blijf je toch rustig zitten en
  • probeer je jouw mening te houden tot na de voorstelling.
  • Na afloop van de voorstelling kan je in je handen klappen en buigen de acteurs.
  • Geuren, trillingen, de kwetsbaarheid van acteurs zijn waarneembaar in theater. Acteurs zijn levend aanwezig en reageren op wat er in de zaal gebeurt. Daarom horen bij een theaterbezoek een aantal gedragsregels. (Voor kinderen zijn veel van die regels niet zo gekend als soms verondersteld wordt.)                            

-  Ook het publiek heeft een rol bij een voorstelling. Wat doet het publiek? Wat hoort het publiek niet te doen?
-  Toneelspelers spelen niet zichzelf, ze doen alsof ze iemand anders zijn en alsof ze ergens anders zijn. Hoe wordt dit op het toneel zichtbaar gemaakt?
-  Wat gebeurt er in het theater?
-  Wat maakt een theatervoorstelling anders dan een echte gebeurtenis?
-  Hoe ziet een theater er uit?
-  Vertel de kinderen dat het licht plots uitgaat. Leg uit waarom dit gebeurt. Vraag wie dat eng vindt. Misschien zit er graag iemand naast een begeleider. Of houden we mekaars hand vast…

 

 Het verloop 

-  Plan vooraf een toiletbezoek. Doe dat bij voorkeur op school zelf.
-  Hoe gaan we naar het theater? Met de bus? Te voet? Hoe ver is dat dan?
-  We komen aan. Het juiste leerlingenaantal wordt genoteerd.
-  Jassen laten we, omwille van veiligheidsredenen, achter aan de kapstok. Het cultuurcentrum kan niet aansprakelijk gesteld worden voor verlies of diefstal.
-  In de theaterzaal mogen we niet eten of drinken.
-  Waarschijnlijk komen er nog kinderen van andere scholen. Misschien moeten we nog even wachten. Pas als alle groepen aanwezig zijn, nemen we de plaatsen op de tribune in. Ook de medewerkers van het cultuurcentrum moeten wachten op teken van het gezelschap.
-  We zorgen ervoor dat we op tijd aankomen, want eens de voorstelling begonnen is, storen we de anderen of mogen we misschien niet meer binnen.
-  We schuiven aan per klas en gaan per klas bij elkaar zitten. We doen dat zo rustig mogelijk.
-  Het zaallicht gaat uit. Het licht gaat aan op het podium. Dat is het teken dat de voorstelling begint. We kijken en luisteren aandachtig. Er wordt niet voortdurend gepraat. Dat is storend voor de acteur(-s) en voor de andere aanwezigen.
-  Op het einde van de voorstelling buigen de acteurs. We klappen in onze handen. Het kan dat je de voorstelling minder leuk vond. Dan blijf je wel beleefd tegenover het gezelschap.
-  We verlaten klas per klas de tribune.
-  We nemen onze jassen van de kapstok en gaan terug naar school.

 

Verwerking

De bedoeling van een nagesprek is dat kinderen ontdekken dat iedereen de voorstelling op een eigen manier beleefd heeft. Goede of foute antwoorden bestaan niet.

Een naverwerking hoeft niet onmiddellijk te gebeuren. Misschien hebben kinderen even de tijd nodig pm wat ze gezien hebben, te verwerken.

 Suggesties bij de naverwerking

-  Gebruik zeker de lesmap, als die beschikbaar is bij de voorstelling waarnaar je komt kijken.
-  Laat kinderen hun indrukken ventileren. Laat ze verwoorden waarom ze bepaalde momenten/personages/aspecten uit de voorstelling leuk vonden of net niet. Ook uw eigen indrukken kunnen belangrijk zijn. Kunstenaars van nu maken kunst voor mensen van deze tijd. Probeer vooroordelen te bannen zoals: ik vind een voorstelling maar mooi als er een mooi decor is…
-  Ga dieper in op de onderwerpen die kinderen aanhalen.

Vraagjes om je op weg te helpen bij een verwerking…

-  Wat voor gevoel kreeg je bij het zien van de voorstelling?
-  Wat was er op het toneel te zien? Waarom waren die dingen er?
-  Welk moment in de voorstelling herinner je het beste?
-  Wat vond je eng, mooi, spannend…
-  Wat was er in het verhaal echt en wat was er gefantaseerd?